Architectuurgeschiedenis aan de Costa Blanca

Hoe zit dat ook weer met die bouwstijlen? Omdat wij op onze zoektochten naar Goed & Lekker leven aan de Costa Blanca nogal eens in een kerk, bijzonder gebouw of museum terechtkomen en daar mooie of minder mooie dingen over proberen te vertellen, komen we ook nogal wat terminologie tegen, waar we zelf zo af en toe door in de knoop raken.

Facade van het Palacio Marques de Dos Aguas, ValenciaHoort Art Deco nu wel of niet bij het zgn. Modernisme en wat is dat nu eigenlijk precies en hoort Rococo (hier links) nu bij de zgn. Neostijlen, of wordt het toch echt tot de zgn. Klassieken van de bouwkunst gerekend? We gaan dat niet allemaal in detail uitleggen, het moet wel een beetje handige en snelle website blijven (anders kan je beter een boek kopen), maar we zullen wel de hoofdlijnen van de belangrijkste bouwstijlen, die je hier tegenkomt voor je onder elkaar te zetten. Al was het maar om ons eigen geheugen wat op te frissen.

Eerst maar even het antwoord op de hierboven gestelde vragen: Art Deco (van Santa Maria Magdalena, Novelda1910 tot ca. 1930) behoort tot het Modernisme, maar Art Nouveau, Jugendstil en Catalaans Modernisme (1890-1910, zie de Maria Magdalena Kerk in Novelda, hier rechts afgebeeld) niet. Dat is zijn zgn. Neo Bouwstijlen. En Rococo (1720-1775) hoort bij de zgn. Klassieken. En dat komen je in heel wat kerken hier tegen. Zie hieronder hoe je dat kunt herkennen.

Vanaf de jaartelling

Natuurlijk is de Costa Blanca veel ouder dan het jaar 0 en daar word je op veel plaatsen hier mee geconfronteerd in de aanwezige Archeologisch musea met veel voorbeelden en prachtige, ook visuele verhalen. Maar echte geclassificeerde en dus beschreven architectuurstijlen ontstaan pas in de periode, die in de bouwkunst wordt aangegeven als de Griekse (van 1100- 140 jr. v. chr.) en Romeinse architectuur (140 v. Chr. – 500 na Chr.).

De Grieken

De Grieken bouwden voornamelijk functionele, rechte gebouwen, zonder gebogen lijnen, waarvan de zuilen de dragers van het meestal open dak waren. De basis was simpel. Vergelijk het met het bouwen van een houten schuur. Je zet een aantal balken overeind, daarop leg je horizontale balken om de zaak bij elkaar te houden, waarna je het eventuele dak dicht timmert met houten balken of planken. Klaar is Kees, misschien wel een beetje erg kort door de bocht, maar in feite was dit de basis van de Griekse bouwkunst.

De balken werden stenen zuilen. De Dorische is de oudste, simpel, strak en statig zonder versierselen. De Ionische zuil kwam daarna, zij is wat eleganter, slanker (waardoor ze wat minder gewicht kon dragen, dus waren er meer zuilen nodig) en ze stonden vaak op een stevig en sober voetstuk. En de Korintische zuil sloot de zuilenrij, die de Griekse bouwkunst in de verschillende bouwperioden van elkaar onderscheidt.

Een religieuze achtergrond

Gebouwd in de meeste gevallen door architecten met een religieuze achtergrond werden deze Godshuizen, tempels dus, vaak op een heuvel neergezet en meestal met een open dak en een entree van drie treden hoog, maar ook werden er open stadions gebouwd (Olympische Spelen), grote theaters (Arena´s) en allemaal neergezet met materialen, die van glad (marmer) sterk en zwaar (natuursteen) waren.

De Romeinen

De Romeinse architectuur is praktisch, de rede speelt een belangrijker rol dan de emotie en je kunt haar herkennen aan de technische hoogstandjes. Meer gevarieerd en flexibeler van vorm met een zware muur, i.p.v. de zuil, als basis waarop de rest rustte. De binnenruimten in een gebouw werden door de Romeinen creatief, inventief en gericht op het praktische gebruik daarvan, geschapen. Zij waren de eersten die de boogconstructies bedachten, ontwikkelden en hebben uitgebreid en bij allerlei verschillende basisvormen toepasten. Waardoor gebogen plafonds, koepels en ronde binnenruimtes, maar ook gewelven mogelijk werden. Zij ontdekten (vonden uit) het gietbeton, wat zeer bruikbaar bleek bij het versterken van bijvoorbeeld de buitenmuren. Twee muren naast elkaar waartussen dit beton gegoten werd.

De Romeinen bleken, al werkende weg, voortdurende vernieuwers te zijn. Bijvoorbeeld door het bedenken, ontwerpen en gebruik maken van voorgevormde houten hulpconstructies en het daarin gieten van beton konden er stevige gewelven gebouwd worden, waarop zij bogen metselden. Die bogen vormden samen met dwarsverbindingen (de ribben) een `landkaart´, vol vakken die met beton werden volgestort. Mede door deze “ijzer”sterke basis slaagden zij erin om een nieuwe ruimtelijke en eeuwen-trotserende architectuur te scheppen, waarvan wij nog steeds prachtige voorbeelden ook aan de Costa Blanca (o.a. Elche en Orihuela) tegenkomen. En in die praktische aanpak hoort ook de oplossing, die men vond voor het grove en vlekken achterlatende gietbeton, je komt in het door hen gebouwde nogal wat muurschilderingen of mozaïeken tegen, die het vlekkerige en dat grove moesten verbergen. Wat vaak heel fraai lukte, vinden we ook vandaag nog.

In dienst van de politiek

Stond de architectuur bij de Grieken voor een belangrijk deel in het teken van de Godsverering, de tempel, bij de Romeinen was veel meer in dienst van de politiek. Die politieke symboliek herken je dan ook in de symmetrische plattegronden, waarop iedere redenaars-groep (politieke partij) haar plaats kreeg en kende. De Romeinse architectuur kent in tegenstelling tot de Griekse ook een duidelijke voorgevel, waarin een opvallende hoofdingang toegang geeft tot het daar achter liggende. Bij de Grieken kon je het gebouw op allerlei plekken in en uit. Bij de Romeinen alleen aan de voorkant. De eerste Romeinse architecten bleken ook voornamelijk priesters te zijn. Zij namen de meeste bouwtechnieken van hun Griekse collega´s over en verfijnden die in bijna alle opzichten. Wij hebben niet kunnen achterhalen of de vakken stukadoren en metselen in die tijd ook in de seminaries als hoofdvak werd gegeven. Dat het een actief onderwezen bijvak was, lijkt ons duidelijk. Zie de door hen ontwikkelde nieuwe vormen, waardoor een geheel nieuwe vormgeving ontstond en de makkelijker, en mede daardoor efficiëntere toepassing van bouwmaterialen, als bijv. het gebruik van gietbeton, ge(bak)ken stenen ed. in plaats van de zware natuursteen en het marmer, wat trouwens in Rome en omstreken niet of nauwelijks te delven was.

Ook waren de Romeinen de eerste etagebouwers, met meer en dunnere muren, trappen naar hogere en lagere verdiepingen, waardoor er meer praktische ruimten ontstonden, plus het aanbrengen van decoratieve elementen, zoals bijzonder stucwerk en het gebruik van verschillende kleuren. Al die vernieuwingen zorgden er ook voor, dat een fraai gevormde woonruimte met een koepeldak ook voor steeds grotere groepen, ook rijke burgers, bereikbaar werd.

Hoogmoed komt voor de val, sprak Asterix

Maar zoals zo vaak in de geschiedenis kwam ook hier de val na de hoogmoed. De Romeinen waanden zich, niet alleen in de bouwkunst, maar ook in het landveroveren, superieur (m.u.v. dat kleine dorpje in Gallië waar zij vooral door Asterix en Obelix, nederlaag op nederlaag moesten incasseren) en wentelden zich in de decadentie, die daarbij schijnt te horen, waardoor het grote Romeinse Rijk in de 5e eeuw na Christus uiteindelijk instortte.

Het Christendom aan de macht

Na de val van het Romeinse Rijk werd het Christendom de belangrijkste stabiliserende factor in grote delen van Europa, waardoor deze religie een belangrijke politieke en sociaal-economische macht kreeg en in belangrijke mate veel aspecten in het dagelijkse leven bepaalde. Zij werd zeer invloedrijk voor de ontwikkeling van de wetenschap, kunst en cultuur en de architectuur en in feite vormden de kerken en kloosters, tot ver in de Middeleeuwen, het centrum van het onderwijs en de wetenschap.

Dat kwamen wij op veel plaatsen aan de Costa Blanca ook duidelijk herkenbaar tegen (zie o.a. Gandia en Orihuela). Veel in de Romaanse en Gotische bouwstijl gebouwde kerken en kloosters zijn blijvende herinneringen aan die machtige religieuze periode en wij kunnen nog steeds genieten van een enorme schat aan beeldhouw- en schilderkunst. En dat deden wij en als jij een dagje over hebt, zouden we je aanraden dat ook te doen. Wij hebben daar zelfs, met groot plezier, een dagje voor vrij gemaakt.

Tot ver in de Middeleeuwen is er sprake van een driestandenmaatschappij: de geestelijkheid, de adel en de burgerij, in deze volgorde. Beroemde schilders, beeldhouwers en musici ontvingen hun opdrachten, of waren compleet in dienst van de Kerk. Vandaar dat wij nog steeds een enorme hoeveelheid prachtige religieus getinte voorstellingen, geschilderd door grote schilders uit die tijd, in de kerken, maar ook in de plaatselijke musea, tegenkomen. Al hangen de meest bekende en meest waardevolle stukken tussen de indrukwekkende collectie religieuze kunst in het Prado in Madrid.

De Romaanse architectuur

La Olma, Romaanse stadspoort, OrihuelaRomaans (ca. 1050 – ca. 1200) is de eerste grote stijlperiode na de Romeinse bouwstijl, waar zij dan ook indirect op is gebaseerd. In feite werd de Romeinse bouwstijl herontdekt en verder uitgewerkt. Zij is herkenbaar aan de kleine rondboogvensters en stenen decoraties met veel ronde bogen. De muren zijn in de meeste gevallen dik en dragen het grootste deel van het gewicht, waardoor veel ramen niet mogelijk waren. Daarom is het in Romaanse kerken altijd vrij donker en bijna altijd koel. Regionaal en landelijk zijn er vooral in de decoratie en afmetingen vrij grote verschillen maar de basis vormen, vooral de ronde bogen, zijn altijd gelijk.

Door de ontdekking en toepassing van het kruisribgewelf (ook al eerder toegepast door de Romeinen en voortkomend uit de gewelvenbouw) om ruimtes te overdekken en in allerlei materialen (beton, baksteen, natuursteen, glas en hout) toepasbaar, ontstond de tweede grote bouwstijl, de Gotiek. Maar omdat veel kerken en kloosters geheel waren opgetrokken in hout bleven heel lang deze Romaanse kerken en kloosters ook in de Gotische periode bestaan.

De Gotiek

De Gotiek (1140 – 1500) wordt gezien als de eerste echt vernieuwende bouwstijl sinds de val van het Romeinse Rijk. De basis en de belangrijkste eigenschap van de gotiek is “de drang naar verticaliteit”, naar meer licht in de donkere duisternis van de Romaanse kerken. Dat licht werd binnengehaald door hoge vensters en grote roosvensters. De gebouwen werden steeds “verticaler”. Hoger dus en daardoor ogenschijnlijk smaller. Ook in de Gotische beeldhouw- en schilderkunst zien we langgerekte figuren en smalle, lange decoraties.

Deur van de kerk Santiago Apóstol, Orihuela in gotische stijlGotiek is in feite een scheldnaam, pas in de zestiende eeuw gegeven door de Italiaanse bouwmeester Giorgio Vasari. Hij vond de spitse bogen en gewelfde plafonds monsterlijk, barbaars en in feite een geweldige diefstal en plundering van het klassiek Romeinse verleden door de Germaanse indringers “de Goten” en om die reden gaf hij deze, voor hem afzichtelijke, bouwstijl de scheldnaam “stile Gotico”.

Gotiek werd snel heel populair en verdreef in heel Europa en in hoog tempo de Romaanse architectuur. Kerken en kathedralen groeiden dan ook steeds dichter naar de hemel. Het veelvuldig gebruik van spitsbogen, hoge glasramen en de aanwezigheid van baldakijnen en roosvensters versterkten die verticaliteit, terwijl de muren aan de buitenkant steeds meer verstevigd dienden te worden met steunberen vanwege de alsmaar groeiende behoefte om ook al in het aardse leven zo dicht mogelijk bij de hemel te zijn.

Ook in Spanje zien we vaak een verbinding tussen steunberen en de buitenmuur door een zgn. luchtboog. Fraai versierd, dat wel, maar toch vooral nodig om de kerk bouwkundig stevig te houden.

Renaissance

In de 15e en 16e eeuw ging de Gotiek over in de zgn. Renaissance. Voor het eerst in Italië. Die het, voornamelijk uit nationalistische overwegingen, moeilijk had om de Gotiek te accepteren. Renaissance van ca. 1400 tot 1650 staat letterlijk voor wedergeboorte.

Het humanisme kwam op en dat betekende, dat het gedachtegoed van de mens weer beschouwd moest worden, als het middelpunt van het heelal en als maatstaf voor alle dingen, maar dan wel in het teken van het Christendom, zoals dat verspreid was sinds de klassieke Griekse en Romeinse Oudheid. Er ontstond meer aandacht voor de interpretatie van het individu met een koppeling naar wetenschappelijke conclusies. Zie bijv. het gedachtegoed, de filosofie en werk van Leonardo da Vinci, één van de meest veelzijdige kunstenaars uit die Renaissance periode.

De gebouwen uit die tijd zijn te herkennen aan de toepassingen, die stammen uit de vormentaal van de Griekse en Romeinse bouwstijlen. De Dorische, Ionische en Korintische zuilen keren terug, geplaatst in de oorspronkelijke grammatica, de bestudeerde en zuiver toegepaste regels van de originele klassieke grondvorm.
Het Claustro in Renaissance stijl aan de kathedraal van Orihuela

De Renaissance kreeg vooral grote bekendheid in Italië, waarbij met name Florence veel prachtige voorbeelden binnen haar muren heeft.

Barok

Barok (1600-1750) is ook een stijlperiode, die haar oorsprong had in Italië, maar ook aan de Costa Blanca, aan de buitenkant, maar die vooral in de interieurs van kerken tot uiting kwam. Het woord komt van het Portugese Barocco wat onregelmatig gevormde parel betekent. Door veel pracht en praal wordt geprobeerd de burgerij te imponeren en zo mensen over te halen om zich te bekeren en te binden aan de katholieke kerk. Wat toen met groot succes ook gerealiseerd werd.

Barok is makkelijk herkenbaar door een rijk en weelderig materiaalgebruik, veel ingewikkelde patronen en naar ons idee overdreven en weinig realistische versieringen.
Santuario de Monserrate, Orihuela

Modernisme

Het Modernisme is de verzamelnaam voor een aantal vernieuwende stromingen in de kunst, waaronder de bouwkunst, aan het begin van de 20ste eeuw. Men komt in verzet tegen de traditionele opvattingen en vormen van kunst, architectuur, literatuur, geloof, kortom tegen heel veel van wat gewoon (en wellicht ingedut) was in het dagelijkse leven. De moderne literatuur, het moderne toneel, de poëzie en natuurlijk de architectuur moesten vernieuwd worden, zodat zij meer pasten bij de moderne ge-industrialiseerde maatschappij. Een geweldig brede avant-gardistische beweging, die antwoorden zocht op datgene wat er gebeurde in een sterk veranderende maatschappij.

Kenmerken van het Modernisme zijn: experimenteel, radicaal, primitief, internationaal, expressief. Terwijl als kunstvormen onder deze vlag: het Expressionisme, Kubisme, Futurisme, Dadaïsme, Surrealisme, Constructivisme en Rationalisme ontstaan.

Wij komen het Modernisme als bouwstijl een aantal malen aan de Costa Blanca tegen, waarbij deze vooral gekozen is, als expressie symbool van nieuw verworven rijkdom. Zie o.a. in Novelda.

Santuario Santa Maria Magdalena, Novelda (neo bouwstijl)

Op de laatste architectonische hoogstandjes aan de Costa Blanca wezen wij al eerder en elders. Zie: Benidorm voor jou, Prijs Paseo de Poniente en Valencia’s Ciudat de las Artes y Ciencias, maar zodra daar weer iets moois aan wordt toegevoegd gaan we weer voor jou op stap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *