Cicade – ‘krekel’ met inhoud

Je noemt ze gemakshalve krekel en ze maken een hoop herrie, maar deze krekel aan de Middellandse Zee is een (zang)cicade en behoort niet tot de familie van de krekel, waar de sprinkhaan ook toe wordt gerekend. Het misverstand lijkt een foutje van een Griekse vertaling, ooit gemaakt in andere delen van Europa, waar ze de zangcicade, la Cigarra of Chicharra, toen nog niet kenden.

De duizenden soorten van de Cicadidae familie komen voor op alle continenten, behalve op Antarctica. Ze varieren in grootte van anderhalve centimeter tot 11cm, waar dan een vleugelspanwijdte van 22cm bij hoort! Hoe warmer het is hoe harder ze ‘zingen’. Bovendien lusten ze er ook wat van, want ze schijnen de grootste drinkers onder de insekten te zijn, van plantensappen wel te verstaan. Rond de Middellandse Zee komen ong. 60 soorten voor.

Cultuur & natuur

De mannetjes gaan op de versiertoer en lokken de vrouwtjes met hun ‘zang’ (tjirpen, in de wetenschap: stridulatie), waarvoor ze zeer geliefd waren in de klassieke oudheid bij de Grieken, die veel waardering hadden voor het diertje en dit tot uiting brachten in velerlei en soms prachtige kunstvormen.

En wie kent hem niet, de fabel De kleine zangcicade en de mier, ooit geschreven door de dichter Aesopus (620-560 v.Chr.) en Jean de la Fontaine liet zich er door inspireren:

De krekel sjirpte dag en nacht, zo lang het zomer was,
Wijl buurvrouw mier bedrijvig op en neer kroop door ’t gras
“Ik vrolijk je wat op,” zei hij. “Kom, luister naar mijn lied.”
Zij schudde nijdig met haar kop: “Een mier die luiert niet!”

Toen na een tijd de vrieswind kwam, hield onze krekel op.
Geen larfje of geen sprietje meer: droef schudde hij zijn kop.
Doorkoud en hongerig kroop hij naar ’t warme mierennest.
“Ach, juffrouw mier, geef alsjeblieft wat eten voor de rest

Van deze barre winter. Ik betaal met rente terug,
Nog vóór augustus, krekelwoord en zweren doe ‘k niet vlug!”
“Je weet dat ik aan niemand leen,”
Zei buurvrouw mier toen heel gemeen.

“Wat deed je toen de zon nog straalde
En ik mijn voorraad binnenhaalde?”
“Ik zong voor jou,” zei zacht de krekel.
“Daaraan heb ik als mier een hekel!
Toen zong je en nu ben je arm.
Dus dans nu maar, dan krijg je ’t warm!”

Wie leeft van kunst gaat door voor gek.
Vaak lijdt hij honger en gebrek.

Maar de mier in de fabel van Aesopus had wel een toontje lager mogen ‘zingen’, want in de zomer zijn ze niet weg te slaan bij de cicaden. De suikers uit de plantensappen, die de cicaden drinken, worden uitgescheiden in de vorm van een vloeistof, honingdauw genoemd en mieren zijn er gek op!

Tjirp-manieren

Bekend is dat krekels tjirpen met hun vleugels (met oren in hun poten), maar cicaden ‘zingen’ met hun eigen ‘geluidsapparaat’, dat ze in hun onderbuik hebben en die ze het meest intensief aan het begin of het einde van de dag lijken te willen gebruiken.

Geluidsapparaat van een Cicade
Bron: wikipedia
Het geluidsapparaat heeft 2 verticale structuren (1) met aan de buitenkant een soort trilplaatjes of membramen (2), die door de spieren (3) worden gebogen en daardoor kunnen vibreren. De trillingen, die in de -met lucht gevulde- holte (4) ontstaan, worden nog eens versterkt door een speciaal soort trommelvlies (6), dat het effect van een klankbord heeft. Daarom kunnen ze zo’n hard geluid voortbrengen en (5) zijn de oren. Vrouwtjes maken alleen een soort ‘klik’ geluid, wèl met de vleugeltjes om te laten weten waar ze zitten. Dit spraakgebrek was voor de Griekse dichter Xenarchos aanleiding om deze uitspraak te doen: “De cicaden leven gelukkig, want ze hebben vrouwen die niet kunnen spreken”.

Voortplanting

Hebben ze elkaar gevonden, dan wordt er met de achterlijven gepaard. Het mannetje doet zo z’n best, dat hij het loodje legt door uitputting. Het vrouwtje zoekt holle stengels of schors van planten om met haar legbuis de eieren in af te zetten. Het larfje wordt nimf, want ze groeien door te ‘vervellen’, omdat het skelet aan de buitenkant zit. Na 5-7 keer vervellen, graven ze zich op enkele decimeters diepte in om zich soms jarenlang, tot wel 17 jaar, ondergronds op te houden en zich te goed te doen aan de sappen van de plantenwortels. In het voorjaar komen ze vervolgens massaal weer boven, kruipen op stammen en bladeren en ontpoppen zich als cicade.

Sir David Attenborough heeft een leuk filmpje hierover gemaakt – Amazing Cicada life cycle

Smakelijk!

Mieren, wormen of krekels (en cicaden). Het is een greep uit de insektensoorten die door 80% van de wereldbevolking wordt gegeten. Wij zijn het misschien niet gewend, maar we eten wel garnalen, die verschillen niet zo veel van insecten.

Sprinkhaan in Belgische Chocolade (bron: Bugs Academy)
Sprinkhaan in Belgische Chocolade (bron: Bugs Academy)
Elke insekt smaakt weer anders, zeggen ze. Insecten zijn voedzaam, bevatten hetzelfde eiwit, als in medicijnen tegen hoge bloeddruk. Vriesdrogen is de goede manier om insecten te bewaren, de kleur, structuur, smaak en voedingswaarde blijven intact. Eenmaal ontdooid, hebben ze het vocht weer opgenomen en zijn vervolgens makkelijk en snel te bereiden.

Eén van de recepten van de Bugs Academy bestaat uit sprinkhanen in echte Belgische chocolade. De pootjes en de vleugeltjes gaan er wel eerst af, het lijfje wordt in de warme chocola gedoopt en vervolgens plak je de vleugeltjes er weer op, want het oog wil ook wat. Misschien ook eens met een cicade proberen?